Vledder – Jubbega

Kon het vandaag Hollandscher? Nog druileriger, nog viezer koud, nog modderigere plassen, nog meer wegglijdende wandelschoenen met een nog meer onbestendige horizon van eindeloze velden en wegen? Lijkt me sterk.

Vandaag word ik vergezeld door Marco, de jongste broer van Mariska, voor wie het vandaag een beetje een thuiswedstrijd blijkt te zijn. Het gebied waar wij vandaag starten is namelijk de plek waar hij al ruim 25 jaar werkt. Marco werkt, met een achtergrond als gediplomeerd hbo-verpleegkundige, met mensen met een verstandelijke beperking die vaak een verslaving hebben, zedendelinquent of andere psychiatrische problematiek.

Mooi om te horen hoe betrokken hij na al die jaren nog steeds is en hoe gepassioneerd hij is in het werk dat hij doet.  Het gebied waar wij lopen, ligt te midden van zijn dagelijkse werkplek en dus kent hij ook verschillende anekdoten uit de regio. Grappig toeval wil dat hij notabene gisteravond in dezelfde supermarkt was als ik in Vledder om boodschappen te doen voor zijn cliënten…

Op een bord staat de ‘Maatschappij van Weldadigheid’. Dat is een sociaal demografisch begrip in deze regio. Deze werd opgericht in 1818 op initiatief van generaal-majoor Johannes van den Bosch ter bestrijding van de armoede in de steden. De maatschappij kocht in Drenthe ruim 7.000 hectare woeste heide- en veengrond aan om nobele ontginningswerken te combineren met het opvoeden van het tot de laagste trede van beschaving weggezakte stadsproletariaat.

In dit Drents-Fries zandgebied stichtte ‘de Maatschappij’ tussen 1818 en 1824 de ontginningskoloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord. Dit waren de ‘vrije koloniën’. In Veenhuizen stichtte de maatschappij ook een strafkolonie. De Maatschappij werd niet enkel opgericht om de armen te helpen maar ook om ze min of meer te weren uit het openbare leven.

Marco vertelt mij het saignante verhaal van de 2 bastaardkinderen van koning Willem II die ook hier geplaatst werden. Eenmaal per jaar kwam er dan een geblindeerde koets langs met daarin de ouders, werd vervolgens het raam op een kiertje gedaan, een kort gesprekje gevoerd en royal moneys naar de kids gepast. De kinderen hebben overigens tot hun dood nooit geweten dat hun vader koning Willem II was. Some things never change.

Via de Linde vallei trek ik parallel langs de gekanaliseerde Tjonger rivier, met Fryske pompeblêden.Deze rivier vormde hier voorheen als ’t ware een taalgrens, namelijk daar waar het Stellingwerfs (een Nedersaksisch dialect) stopt en overgaat naar het Fries. Een van de meest geliefde personen uit Stellingwerf, meer specifiek uit het dorp Steggerda, is natuurlijk Henk Kroon, voormalig pastoor, filosoof, schrijver en Elfstedentocht rijder.

Kaarsrechte stukken over groene velden, afgewisseld met stukken bos, leiden me in de schemerende avond naar mijn herberg in Jubbega. Hier word ik bijzonder hartelijk ontvangen en wordt mij vlot een kop dampende zwarte koffie onder de neus gezet. Mijn doorweekte, trouwe walking boots worden op de kachel geplaatst en mijn regentenue ten droge gehangen.

’s Avonds schuif ik aan tafel (op gepaste 1,5 meter afstand) bij mijn gastheer en gastvrouw voor een heerlijke Jubbegaarder maaltijd. 

Inmiddels staat er 139 km. op mijn teller. Morgen doe ik een iets kortere route aan en cruise ik samen met Mischa, een goede vriendin van Mariska, richting het adellijke Beetsterzwaag.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eén reactie

  • Bieneke

    Gefeliciteerd Alain, de grote man boven heeft qua weer in ieder geval een mooi verjaardagscadeau geschonken. Maak er een feestje van met Mischa.

    30 december 2020 op 13:57 Beantwoorden